Geschiedenis Gildebuurt
Historie
Tot 1920 was Woensel een zelfstandige gemeente. De kern van Woensel lag al sinds de Middeleeuwen bij de Oude Toren, de vroegere dorpskerk.
Vele straatnamen werden na de annexatie van Woensel in 1920 veranderd omdat in Eindhoven al soortgelijke namen voorkwamen, de Kruisstraat bleef historisch gezien de belangrijkste weg.
De oude wegenstructuur veranderde vooral na de Tweede Wereldoorlog als gevolg van de aanleg van het Hoogspoor en de aanleg van het huidige Fellenoord. De Broekseweg werd afgebroken en de Veldmaarschalk Montgomerylaan verscheen.
Bebouwing
Na 1850 werd er als gevolg van industrialisatie en verstedelijking steeds meer gebouwd. In 1874 kwam er een nieuwe St. Petruskerk aan de Kloosterdreef met het gevolg dat er een nieuw dorpcentrum ontstond met tegenover de kerk een nieuw gemeentehuis (1896). Langs de hoofdwegen ontstond er kleinschalige bedrijvigheid.
In 1920 kampte Woensel net als Eindhoven en de dorpen Gestel, Stratum, Strijp, Tongelre met enorme problemen op planologisch, sociaal en financieel gebied. De gemeenten beschikten niet over de financiële middelen en ruimtes om de arbeiders goed te huisvesten. Om deze problemen aan te pakken vormden ze samen in 1920 één gemeente: Eindhoven. Eindhoven groeide daarmee van 6500 inwoners naar bijna 40.000 inwoners en naar een oppervlak van 6.230 hectare.
De sigaren- en textielindustrie groeide in de beginjaren van 1900 flink en ook Philips gloeilampen zocht goedkope werkkrachten. Vele arbeiders kwamen vanuit Drenthe, Twente en Achterhoek deze kant uit omdat daar hongersnood heerste. Velen waren protestant of Joods. Dit ging niet goed samen in het grotendeels Katholieke Eindhoven.

Zo ontstond er rond 1920 een protestantse woningbouwvereniging “Helpt uzelf door samenwerking” die, toen er weer geld was in de jaren 1922-1924-1927, gingen bouwen voor “de gewone man”; wevers, verwers, looiers, bakkers, schilders, kruideniers, timmermannen, klokkengieters en handwerkers. Deze vereniging was de voorloper van de huidige corporatie Wooninc die nog tot de sloop en vervanging 119 huizen verhuurde aan grotendeels de lager opgeleiden, arbeiders of studerenden. Het betrof de straten Bakkerstraat, Wassenaarstraat, Slagerstraat, Verwerstraat, en voor een gedeelte de Pastoriestraat ( deze straat is grotendeels gesloopt in 2018 in verband met de aanleg van de HOV lijn).
Of de naam ‘Gildebuurt’ toen ontstaan is, is slechts een vermoeden, maar speciaal was dat de Gildebuurt de plek in heel Eindhoven was waar protestanten hun thuis hadden.
Uit verhalen van oud-bewoners is gebleken dat er velen uit Twente en de Achterhoek kwamen. Streng protestants, meestal grote gezinnen, die hard wilden werken en die achter het huis hun eigen groentes teelden en zelfs een varken of konijnen hielden om in hun eigen levensonderhoud te kunnen voorzien, want ze verdienden niet veel . De Kruisstraat was letterlijk de scheidingslijn tussen de Katholieke -en Protestantse bevolking. Het was volgens de lokale notabelen ongepast om als katholiek omgang te hebben met een protestant. De huidige school “de Driestam” was in die jaren de school waar de protestantse en andersgelovige kinderen naar toe gingen. De katholieke leerlingen gingen naar de school aan de Pastoriestraat. Jongens en meisjes gescheiden natuurlijk.
De kleine zelfstandige ondernemers kochten huizen in het andere gedeelte van de Pastoriestraat en in de Schoenmakerstraat waar een beroemde klokkenmaker woonde.
Met het bouwen van de Montgomerylaan in het jaar 1957 verschenen er flats in de wijk.
Op de plattegrond van 1937 zie je duidelijk de nog lege plekken waar in de jaren 50> 60 de Spinnerstraat, Looierstraat en Weverstraat kwamen.
De kinderen uit de Gildebuurt gebruikten in de jaren 30-40-50 die leegtes volop want ze konden ravotten vanaf de Verwerstraat tot aan de Dommel. “Alles was nog braakliggend of stond vol met graan. Een heerlijke tijd als ik hieraan terugdenk” aldus een bewoner die niet terug wil denken aan de bommen die sommige huizen van de kaart vervaagden en waardoor plotseling sommige gezinnen uit de vrije hechte gemeenschap verdwenen. Stille getuigen hiervan zijn de lege plek op het hoekje Wassenaarstraat/Pastoriestraat en de stoepstenen in de Pastoriestaat.