Houtskeletbouw
We bouwen steeds vaker met houtskeletbouw. Bij deze manier van bouwen bestaat een huis uit een houten raamwerk. De lege ruimtes in het raamwerk vullen we met isolatie. Daarna maken we de muren af met platen en buitenmuren. Zo ontstaat een stevige woning die tegelijk heel energiezuinig is.
Hout maakt onze gebouwen duurzaam. Voor houtskeletbouw hebben we veel minder beton en steen nodig. Dat scheelt veel CO₂-uitstoot. Het hout heeft tijdens het groeien CO₂ uit de lucht gehaald. Die blijft in het hout zitten zolang het in het huis gebruikt wordt. Omdat hout steeds opnieuw kan groeien, is het een hernieuwbare grondstof.
Onze houtskeletwoningen zijn goed geïsoleerd. Dat betekent dat er in de winter minder warmte verloren gaat en dat het in de zomer koeler blijft. Bewoners gebruiken daardoor minder energie voor verwarming en koeling. Dat is goed voor het klimaat én voor de energierekening.
Veel onderdelen worden van tevoren in de fabriek gemaakt. Zo is er minder afval en gaat de bouw sneller. We gebruiken houtskeletbouw ook voor gebouwen met meerdere verdiepingen, zoals bij het project De Ambacht in Veldhoven. Zo laten we zien dat houtskeletbouw niet alleen duurzaam is, maar ook geschikt voor grotere woningen en appartementen.