Tegelwippen, ontharden en vergroenen

Je hoort steeds vaker de woorden tegelwippen, ontharden en vergroenen. Deze woorden worden vaak door elkaar gebruikt. Toch betekenen ze niet hetzelfde. Maar wat is het verschil?

Tegelwippen betekent dat je tegels of stenen weghaalt. Dit kan in de tuin, op je terras of in een gezamenlijke buitenruimte. Zelfs als je een tegel op je balkon weghaalt, doe je aan tegelwippen. Veel tuinen liggen helemaal vol met tegels. Door tegels weg te halen, komt er weer ruimte voor aarde. Tegelwippen is vaak een eerste stap. De plek is daarna nog niet automatisch groen.

Ontharden gaat over het verminderen van harde oppervlakken. Denk aan beton, asfalt en tegels. Harde grond laat geen water door. Bij ontharden kan regenwater weer de bodem in zakken. Dit helpt tegen wateroverlast bij veel regen. Een ontharde plek kan bestaan uit aarde, zand of grind. Er hoeven nog geen planten te staan.

Vergroenen betekent dat je planten neerzet. Denk aan gras, bloemen, struiken of bomen. Dit kan in de tuin, tegen een muur of in een gezamenlijke ruimte. Groen zorgt voor verkoeling in de zomer. Ook komen er meer vogels en insecten. Een groene omgeving is fijner om in te wonen en maakt mensen vaak blijer. Vaak is dit de laatste stap na het tegelwippen, het verwijderen van zand en het aanbrengen van nieuwe grond.

 

Kort gezegd: bij tegelwippen haal je stenen weg. Bij ontharden zorg je dat de grond weer water doorlaat. Bij vergroenen breng je planten aan.